Werkkamp de Schaapskooi bracht natuurherstel?
” Jong Holland snakt naar werk”.
Krantenkoppen maken konden ze voor de oorlog ook al heel goed. Werkkamp de Schaapskooi aan de Noorddijk te Rockanje was één van de ca 10 werkkampen in ons land die vanuit de protestantse kerk (‘De Centrale voor Werkloozenzorg’) met behulp van rijkssubsidie werden gefinancierd. Het was crisistijd. Vele honderden jongeren (‘jongens’) en werkloze mannen werden gedurende twee maanden aan het werk gezet. Slapen in barakken, eten uit de keuken. Zomer en winter. In dit artikel meer over de drijfveren en vooral over de werkzaamheden. We concentreren ons in dit artikel op de gevolgen van dit werkkamp voor het duinlandschap.
Werkkamp de Schaapskooi
Het werkkamp was een verzameling barakken met o.a. een uitgebreide keuken en opslag, en zeker geen romantische Schaapskooi met dieren. Een oude schaapskooi bij de 15e eeuwse Noorddijk en 18e eeuwse weilanden ‘Gorsinge van de heer van Opdam’ (thans het bos dat Windgat wordt genoemd) was hier al lang verleden tijd. Rentemeester van NV Voorne’s Duin (bv J. van Dijk) en opzichters (bv A.J.Boot) van landgoed Strypemonde woonden in het nabijgelegen landhuis De Schaapskooi (thans Rijksmonument) bij de entree van Strypemonde. Dat dateert uit 1911. Er ligt een wiel (oude doorbraak) achter en er voor ligt een gegraven vijver. Werkkamp de Schaapskooi verrees in relatief korte tijd in 1935 hier vlak achter op terrein van NV Voorne’s Duin van James van Hoey Smith, die, zoals verderop duidelijk zal worden, een grootafnemer van de geheel gesubsideerde werkzaamheden zal zijn. In een rapport van 21 februari 1935 worden alle mogelijkheden op een rij zet, op 1 augustus is al de feestelijke opening. Protestantse Kerk en Rijk verdeelden de kosten: 25% en 75%
Werkzaamheden
In het rapport uit 1935 dat de samenwerking tussen gemeentes, NV Voorne’s duin en andere partculieren en Natuurmonumenten vastlegt, staat een veelheid van werkzaamheden in duinrand en duin, voldoende voor een jaar lang werkgelegenheid voor 100 mensen. Het omvat o.a. 20000 kub zand uitgraven en verplaatsen (gecalculeerd op 50 man 40 weken, evenals riet uitsteken). Interessant is de tegenwoordig niet meer gebruikte term voor ‘bodemverwildering’: het bestrijden/verwijderen van diverse bosopslag o.a. woekerende hop). We noemen kortheidshalve als werkzaamheden:
- (Voor de gemeentes Oostvoorne en Rockanje): het blootleggen van de ruines van de Burcht van Oostvoorne, bestrijding van ‘bodemverwildering’ o.a. in de bossen van mevr . Hudig– Hoogewerff (red: het Reigersnest), aanleg van ‘groenen weg’ door het natuurterrein en duinbebossing.
- (Voor Natuurmonumenten): het ruimen en bestrijden van riet in de duinmeren van het Breede Water en het Quakjes Water. (red. het Breede water was toen nog geen bezit van Natuurmonumenten maar van James van Hoey Smith die zijn bezit grotendeels had ondergebracht in NV Voorne’s Duin waar hij grootaandeelhouder was; ook na de oorlog wilde hij rond 1960 het Breede Water wederom laten uitgraven (wat het Waterschap weigerde) en schonk het uiteindelijk in 1963, wederom voorzien van diverse voorwaarden, aan Natuurmonumenten.
- (Voor NV Voornes duin o.a.): graven vijvercomplex, dunnen van dennenbos.
- (Voor Adriaan (A.P.) van Hoey Smith, red. broer van James met andere politieke opvattingen en na de oorlog gebroulleerd): bestr1jding van bodemverwildering in het bos “Olaertsduyn”.

Nieuwe Brielsche Courant 17 maart 1936. Over dit persschrijven: het Breede water was nimmer een ‘zeearm’, maar een door stijgend grondwater gevulde duinvallei, kortom een ondiep meer dat door riet en of wilgen snel kan dichtgroeien en door instuivend zand ondieper kan worden. Het Breede water bestond nog maar kort, maar ook door drogere jaren was het karakter van het ondiepe meer veranderd. Het viel ook doorg in hittezomers 1976 en 2026, maar die momenten zijn niet benut om het uit te baggeren.
Een persconferentie, waarschijnlijk begin 1937 steekt de loftrompet
We citeren uit een wervend schrijven, waarschijnlijk begin 1937. ” Gedurende 10 weken werd het r1et uit een dichtgegroeiden uitlooper van het duinmeer, het Quackjes Water, eigendom van de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, uitgegraven en de uitkomende grond met wortels op kale plekken gekruid en daar op hoopen gestort, waardoor kunstmatige duintjes ontstonden.” De exacte stortplekken zijn niet bekend, maar er bestaat een foto dat tot op het Vliegveld aan ophoging is gedaan. “Van half oktober 1935 tot half Februari 1936 hebben de jongens een soortgelije uitgraving verricht in het duinmeer, het Breede water, dat in de laatste jaren door groote droogte op bedenkelijke wijze dichtgroeide. Zoo werd het Breede Water in zijn oorspronke11jke gedaantevan groot duinmeer hersteld.”(…) “In de maand April 1936 werd door een groote ploeg kampjongens in 3 weken tijd ten d1enste van de wandelaars een flink wandelpad door de duinen gemaakt ter lengte van 600m.” En leuk voor de recreanten:”Gedurende een jaar waren onafgebroken een paar ploegen bezig met het aanleggen, verbeteren en onderhouden van sluippaadjes door het d1ohtbegroeide duinterrein ten dienste van de wandelaar.” Voor de eigenaren van landgoed Strypemonde en het Pesthuis: ” Vanaf half October 1936 waa het hoofdwerkobject het graven van een complex vijvers in het natuurterrein van de N.V. Maatschappij “Voorne’s Duin”, waaraan de jongens tot op heden nog werken en waaraan nog wel enkele maanden werk is. Aanvankelijk zijn de vijvers, welke een gezamenlijke grootte hebben van ciroa 10.000 m2, gegraven tot op een dieptevan 1 m beneden het maaiveld, (…) Ondanks het vele regenverlet, dat zich in de maand Februari heeft voorgedaan vlot het werk bevredigend. Voor het graven van deze vijvers moest pongeveer 10000 m3 grond worden vergraven en worden verkruid over afstanden van van 50 tot 100 m.” Er blijkt nog voor jaren werk in de natuurterreinen. Een ander verslag uit 1939, de laatste van voor de oorlog, laat zien dat in meer eigendommen van James van Hoey Smith nog volop werk te verrichten zou zijn.”Ook zouden wij gaarne de dichtgeveende kern van de z.g. Vogelweide uitgraven, welk object door den Inspecteur van de werkverschaffing – evenals de verrichte werkzaamheden- als zeer gunstig is beoordeeld.”
Uit de pers, Nieuwe Brielsche Courant, 20 mei 1938
In een journalistiek verhaal uit 1938 krijgen we beter zicht op de kampcultuur en ‘verbetering van het landschap’. En hoe goed het is voor de jongens en mannen die een bescheiden zakgeldje ontvangen. “In een kamp is bv. vastgesteld dat de gemiddelde toename in gewicht 3,98 kg. per persoon bedroeg. Vanzelfsprekend wordt heel wat gegeten door de jonge mannen, die in de kracht van hun leven zijn, In een achtweeksch kamp met een aantal verpleegdagen van 3748 werd aan brood gegeten: 2423 stuks wittebrood en 2800 stuks bruin brood (..) en 159,5 kg. margarine.”
“De Schaapskooi, het werkkamp te Rockanje, is een interessante menschengemeenschap. Het kamp bestaat uit een conglomeraat van barakken, gescheiden door een sloot met een rustiek bruggetje, met aan weerszijden breede groene taluds. Het zijn eenvoudige blokhuizen met zit- en slaapgelegenheden, waaraan de tijdelijke bewoners zooveel mogelijk een gezellig aanzien hebben gegeven. Zelfs heeft men niet verzuimd aan deze houten buitenverblijven namen te geven, dikwijls zeer fantastische. Wat denkt u bv. van „De Strandjutters”? De dienstgebouwen liggen links van den ingang. Ook hier heeft men zijn verbeelding den vrijen loop gelaten. Vandaar dan ook, dat op de keurige frissche cantine de naam „De zoete Inval” prijkt; en het gebouw, dat ermede annex is, draagt het zeer zakelijke opschrift „Het Levensmiddelenbedrijf”. En dan is er weer een ander dienstgebouw, dat het „Ministerie vanBinnenlandsche Zaken” heet… !”
“Over dat alles zwaait de kampcommandant de heer Harms den scepter en hij doet dat met aanmerkelijk succes. Onder de jongens, wier leeftijd zich beweegt tusschen 16 en 24 jaar, heerscht een uitstekende stemming en er wordt mede op uitdrukkelijk verlangen van den Min. van Sociale Zaken al het mogelijke gedaan om hun geestelijke ontwikkeling op een hooger peil te brengen. Des middags hebben we onder leiding van den heer van Iterson, directeur van de Mij. „Voorne’s Duin” een excursie gemaakt door het voor het publiek afgesloten natuurreservaat, waar de jongelui onder toezicht van den heer Boot allerlei productieve werken uitvoeren. Zij kappen hout op plaatsen waar dit ongewenscht is, leggen lanen aan, wijzigen den loop van bestaande lanen en paden, kortom ze doen alleswat voor verbetering van het landschap gewenscht is. Verleden jaar is er een groote vijver gereed gekomen, die gevoed wordt door een in de duinen ontsproten beekje. Op het oogenblik is er weer een vijver in wording. Nu is het nog een grauwe terreinuitholling, waaruit de vette klei wordt weggebaggerd, maar eerlang zal het net zoo’n mooie, schilderachtige plas zijn als de andere. Ook het welbekende Breede Water met zijn tallooze wilde bergeenden zwanen, meerkoeten, waterkippetjes en ander waterwild, ligt in de werkingssfeer van het kamp. De jongens patrouilleeren er regelmatigom eieren te schouwen en te rapen, die voor den export, hoofdzakelijk naar Engeland, bestemd zijn.”
“Zoo werkt dit kamp, een uit vele, voor de werklooze jeugd. De Centrale is dankbaar, dit werk te kunnen doen, daartoe in staat gesteld door den steun der regeering en de giften van duizenden geefsters en gevers.”










