Dijk of duin? Overal langs de kust liggen dijken van zand
Nico van der Wel
Op het strand ontstaan duinen vanzelf, door een samenspel van stuivend zand, wind en twee plantensoorten: biestarwegras en helm. Vanaf de middeleeuwen heeft de mens dit proces benut om zeeweringen te maken. Deze ‘duindijken’, groot en klein, hoog en laag, liggen overal in het duingebied en zijn vaak niet meer als dijk herkenbaar. De zeeweringen die nu bijna overal het strand begrenzen, zijn ook gemaakt van zand, ogen als natuur maar zijn kunstmatig: aangelegd met grote graafwerken (op ‘Deltahoogte’ jaren 60-80) en meer recent met zand uit zee.
In de zware rivier- en zeedijken van tegenwoordig wordt ook wel zand gebruikt, maar dan als bouwmateriaal. Meestal worden de dijken van nu afgedekt met een flinke laag zware klei, waarbij de begroeiing (ingezaaid) bijdraagt aan de waterkerende werking. Oudere dijken die in het duingebied of er vlakbij liggen, zijn van het gemakkelijk beschikbare zand gemaakt. Voorbeelden zijn er vele: van inlaagdijken als de Nieuwendijk op Goeree (1727) tot in het duingebied opgenomen, min of meer onzichtbare dijken als de Pietersdijk op Voorne (16e eeuw, met voorlopers in de 15e eeuw). Het meest in oog springend zijn de soms eeuwenoude grote stuifdijken, vooral in de Noordkop en op de Waddeneilanden. Een rapport van Rijkswaterstaat uit 1936 over stuifdijken op de Waddeneilanden maakt voor Texel duidelijk dat de zuidpunt van het eiland van de grote en kleine stuifdijken aan elkaar hangt: omgeving Geul, Horsmeertjes, Kreeftepolder en de Hors (hier de hotspot/botanische wandeling Kreeftepolder/de Hors).
Ook op Terschelling, Vlieland, Ameland en Schiermonnikoog liggen grote en kleine stuifdijken, vaak uit de 20e eeuw. Aan de noordkant van de Boschplaat op Terschelling loopt een lange stuifdijk, aangelegd tussen 1931 en 1937. Aan de ene kant ontwikkelde zich rond bestaande duintjes het huidige uitgebreide kweldergebied-met-slenken, aan de zeekant onstond op het oostelijk deel van het brede strand een dynamisch duingebied, Cupido’s polder (hier de hotspot/botanische wandeling Cupido s polder en Boschplaat).
Stuifdijken: bouwen met natuur
Het principe van een stuifdijk was: schermen van riet en/of wilgetenen neerzetten om aanstuivend zand op te vangen, vervolgens helm aanplanten. Aan de oostkant van zo’n dijkje lag dan vaak een duinvallei die ging verzoeten en waar men vee kon laten grazen. Eind 16e en begin 17e eeuw ging men deze praktijk opschalen in grote projecten waarmee veel geld gemoeid was. De professionele en planmatige aanpak maakt duidelijk dat men wist wat men deed. De oudste grote stuifdijk, nu moeilijk herkenbaar als dijk, is de Zijperzeedijk die sinds 1597 de nieuwe polder Zijpe in Noord-Holland aan de westkant begrenst. Deze dijk is geen zeewering meer, maar ligt er nog steeds. Als je niet oplet fiets je erlangs zonder dat je doorhebt dat het een dijk is. Vanuit de lucht is het duidelijker: de scherpe rechtlijnige afscheiding tussen de Pettemerduinen en het Zwanewater aan de ene kant en de polder Zijpe aan de andere kant maakt duidelijk: dit is ontworpen.
Niet veel later, in 1610, vatte men in Noord-Holland het volgende project aan: de stuifdijk tussen Callantsoog en Huisduinen (Den Helder). Uit deze stuifdijk zijn de Noordduinen ontstaan (zie foto). Op Texel ligt ook zo’n grote oude stuifdijk. Ten noorden van De Koog lag begin 17e eeuw een groot stuk wad met aan de Noordzeekant een hoog strand. Bij goed weer kon men met paard en wagen naar Eierland, een klein eiland bestaande uit duinen en kwelders (restanten liggen nog westelijk van De Cocksdorp). In 1629 werd vanaf De Koog een grote stuifdijk naar Eierland aangelegd. Ook die ligt er nog steeds, met aan de Noordzeekant de natuurgebieden de Slufter en de Muy, en aan oostkant de Polder Eierland. Deze stuifdijk is nog steeds onderdeel van de zeewering van Texel.

Strand en duinen vanaf Groote Keeten (rechtsonder) naar het noorden in 1954. De oude Zanddijk uit 1629 is duidelijk zichtbaar als een scherpe linie vanaf rechtsonder schuin omhoog. Rechts daarvan de akkers van de polder Koegras. Foto Rijkswaterstaat
Hoe ging men tewerk in deze projecten? Uit Duinen en mensen Texel (p134): “De aanleg van stuifdijken was deels handwerk, grote hoeveelheden zand werden verplaatst met een zgn. molbord, een door paarden getrokken schop. Er moest een flink stuk strand aan de windkant liggen om aanstuiven van zand mogelijk te maken. Men plaatste schermen van riet of rijshout (van wilgen) zodat het stuivende zand zich vanzelf ophoopte, vervolgens plantte men stro en helm op het kale zand. In 1630 werd de dijk verzwaard en waar nodig hersteld. Als een stuifdijk klaar was, moest hij goed bijgehouden worden, vooral op de aanhechtingsplekken. Verdediging tegen wind en zee, maar ook tegen konijnen, was noodzakelijk.” [Frans Beekman laat ons weten dat hier waarschijnlijk niet ‘molbord’ moet staan maar ‘eg’: “Soms egde men het strand om het stuiven te bevorderen.”] Oude stuifdijken nemen in de loop van de tijd natuurlijker vormen aan; de combinatie van een duidelijke mensenhand en de benutting van het natuurlijke proces van duinvorming doet denken aan wat tegenwoordig ‘Bouwen met natuur‘ heet.
Oude dijken van zand: nu vaak binnendijken
Ook liggen overal langs de kust nog oude binnendijken langs of nabij de binnenduinrand. Ze geven het bekende beeld: kaarsrechte, begroeide dijklichamen – alleen niet van klei maar van zand. Veel van zulke dijken zijn te vinden in Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden. Soms werden ze achter een kwetsbaar duingebied aangelegd als inlaagdijk: voor de zekerheid, om bij stormvloeden het zoute water uit de achtergelegen polder te houden.

De streep in de verte met bomen en huizen erachter is de Nieuwendijk op Goeree, een inlaagdijk uit 1727 gemaakt van zand, met de hand opgeworpen. Foto Rolf Roos.
Moderne dijken van zand: kleine en grote grondwerken, zand uit zee
Ook tijdens de Deltawerken zijn duinen aangelegd die in feite zanddijken zijn. Over de hele lengte van de Nederlandse duinkust, zowel de op eilanden in het noorden en het zuiden als in Noord- en Zuid-Hollandse vastelandsduinen, werden metershoge kunstmatige zandlichamen aangelegd die later wat gingen verstuiven waardoor ze nog min of meer een natuurlijke indruk maken. De aanleg ging niet door schermen neer te zetten en zand op te laten stuiven, maar door met graafmachines grote grondwerken uit te voeren en de zanddijk vervolgens te beplanten met helm. Die grote zandlichamen werden aangelegd ondanks het feit dat in 1953 de duinkust bijna nergens bezweken was. Het waren vrijwel overal alleen dijken die het begaven.
Tegenwoordig wordt de zeewering versterkt met zand uit zee. Zand wordt opgezogen en naar de kust gebracht, niet alleen om de zeewering te versterken maar ook om de vooroever op te hogen. Bij de nieuwe Hondsbossche Duinen tussen Callantsoog en Petten werd met zand uit zee zelfs een compleet nieuw duingebied aangelegd. De oude Hondsbossche Zeewering ligt er nog, maar doet niet meer mee als zeewering. Maar hier zorgde de natuur voor een verrassing: door het aanstuivende zand gedragen de nieuwe duinen zich anders dan verwacht.

1967: dijken nabij de polder Eierland op Texel worden verzwaard en verhoogd, in dit geval de zanddijk van 1956. Foto Rijkswaterstaat

Ameland september 1990: na zandsuppletie vanuit zee wordt met een bulldozer een zanddijk aangelegd. Foto Rijkswaterstaat
Verder lezen:
- Droge voeten: de kust als waterkering (erfgoed-essay 5)
- Over het buurtschap Groote Keeten
- Over de Branddijk op Voorne
- Voorne: Waarom liggen er dijken aan de binnenduinrand tot in het duin?
- Stuifdijken op Wikipedia






Een zandig verhaal waar ook een ander versie van te maken is. Stuivend zand komt niet op of over de oude Hondsbossche en Pettemer Zeewering en het opgespoten zand blijft noordwaards wegspoelen op de getijdenstroming.