Honden en hondskruid
Rolf Roos
(18 januari 2026)
Dit stukje is voor hondenliefhebbers en hondenhaters en gaat over de helaas subtiele ecologische relatie tussen hondenpoep, bodem en bloemen.
Op 12 januari 2026 hadden de hondenbashers van Staatbosbeheer het NOS Journaal gestrikt om in het Ulvenhoutsebos bij Breda de stikstofdruk van honden te demonstreren. Oplossing: aanlijnen van de beesten en hun baasjes, dan wel geheel weren. Nu heeft Staatsbosbeheer hier toevallig gelijk, want dit bos is te bijzonder voor woorden, maar dat kwam helaas niet goed uit de verf. Het weer was somber, de flora onzichtbaar en de boswachter van dienst was wat strengig.
Het Ulvenhoutse bos is zowat het laatste bos met witte rapunzel in dit van mest en mist vergeven land. En die kwetsbare schoonheid verdient een eigen paleis, met hoge hekken rondom. Dat het op 5 minuten autorijden vanaf Breda ligt, is een punt van zorg. De mevrouw die vond dat haar hond hier echt los moest lopen vanwege het ‘socialiseren’ verdient enige heropvoeding.
Maar de relatie tussen drol en natuur is geen ecologisch appeltje-eitje. Geen simpele relatie tussen oorzaak en gevolg die overal geldig is. Ik verplaats mij naar de duinen om de zaak genuanceerd van drie kanten te bekijken. De eerste mogelijkheid zou kunnen zijn dat de drol (en de plas) er echt niet toe doen. Dat is overal het geval waar het landschap van nature al erg voedselrijk is. Langs de kust geldt dat voor alle kwelders die overstroomd worden door de zee en de randen van het strand waar met vloed veel aanspoelsel neerkomt (incl. wier en lijken). Dat is te zien aan de rijkelijke groei en bloei van zeeaster of zeeraket, een hond kan hier qua stikstof geen kwaad doen. Dat we ze toch uit onze slufters moeten weren komt omdat ze soms argeloze plantenonderzoekers bijten en vogels opjagen. En dat we ook op het strand hondenpoep opruimverplichting mogen instellen is een kwestie van beschaving. Geen drollen in de branding aub.
De tweede mogelijkheid die we – helaas! – onder ogen moeten zien zijn de plekken waar elke mest funest is. Juist in oudere delen van het duinlandschap, die tegenwoordig vaak zijn bebost, en de delen waar schrale hei staat zoals op de Waddeneilanden, is elke gram stikstof er eentje te veel. Je kan dat ook zien in de veel bezochte duinlandgoederen. Bossen, met een oudere, van nature voedselarme en licht zure bodem. In het Bergerbos in de gelijknamige kakgemeente in Noord-Holland is al jaren niet alleen de vogelbevolking gelijk aan die van een stadspark. Ook is de vroeger bescheiden ondergroei langs de paden vervangen door brandnetel, braam en kleefkruid.
Vergelijkbare effecten zien we in andere oude duinbossen, bv. het Landgoed Mildenburg in Oostvoorne, waar de bomenrijen allemaal op zo’n 40cm hoogte een keurige ‘pislijn’ hebben, zoals je die ook in het Amsterdamse Vondelpark ziet. Kijk zelf eens in andere, oudere duinbossen zoals Haagsche bos en Haarlemmerhout en begin ter plekke de dialoog over inperking van de hondenstand.
Maar dan wel meteen met alle luiken open: ook a.u.b. een nachtelijke ophokplicht voor katten binnen 5 kilometer van natuur-of weidegebieden. Een mooi onderwerp voor de a.s. gemeenteraadsverkiezingen.
Maar zouden die honden ook nog iets goeds kunnen doen? Voor de natuur dan? Een generatie geleden, in 2002, maakte ik een kort filmpje over de superrijke flora op het Paasduin, Wijk aan Zee, met een glansrol voor onze hond Lucky, die paradeerde in een bloemenzee met een van de meest zeldzame orchideetjes in het duin, het hondskruid. Af en toe ‘socialiseerde’ ze met een ander hondje. Na dit filmpje ben ik niet verketterd door collega-biologen voor mijn stelling dat een enkele drol in dit vroeger door geiten en een enkele koe (en visafval) bemeste landschap geen kwaad kan. Onder kenners is dit duin een beroemd voorbeeld van een ‘zeedorpenlandschap’. Ook te vinden bij de middeleeuwse vissersplaatjes Scheveningen, Noordwijk en Egmond. Dat een enkele drol hier wellicht zelfs noodzakelijk is nu bemesting door kleinvee al meer dan 100 jaar verleden tijd is. Ga zelf eens kijken in mei of juni aan de noord- of zuidzijde van Egmond aan Zee: wat een ratelaars en nachtsilenes. En wat een boel hondenuitlaters. Als ze nu met de fiets of te voet zouden komen en de te opzichtige stront even met wat zand zouden afdekken, ja, dan zouden we gewoon tolerant kunnen zijn voor honden en hondenbezitters.
Want open en bloot liggende drollen blijven aanstootgevend, net als die uitwerpselen waar de er naast liggende witte papiertjes een andere herkomst doen vermoeden. Foei! Maar in het jonge, kalkrijke duin bij oude vissersplaatsjes is nog toekomst voor de hond. Waar hopelijk (net als in de oude duinbossen en op onze kwelders) na de volgende gemeenteraadsverkiezingen geen enkele moordende kat nog wordt aangetroffen.
Korte reportage uit 2012 van enige orchideetje dat in duin bij Wijk aan Zee veel voorkomt en dan weer vrijwel nergens anders in de Nederlandse duinen. Is er een relatie met honden? Met oud gebruik als vissersdorp? Met de staalfabrieken? Camera: Clemens Jansen





Pingback: Duinen en mensen » Duinbeeld (6) Jacob van Ruisdael: Wijk aan Zee
Pingback: Duinen en mensen » Het zeedorpenlandschap: herkenning, waardering, beheer in vogelvlucht