over de site | contact | info auteurs | toegang auteurs
  • Home
  • Nieuws
  • Thema’s
    • Ontstaan van de kust
      • Duinen als zeewering
      • Klimaat en duinen
    • Archeologie
    • Zeedorpen
    • Jacht
    • Duinlandbouw
    • Cartografie
    • Veldnamen
    • Militaire kustverdediging
    • Waterwinning
    • Natuur en landschap
      • Flora en vegetatie
      • Fauna
      • Bos
      • Natuurbeheer
    • Strand
    • Recreatie
    • Beeldende kunst
  • Gebieden
    • Zeeland
    • Zuid-Hollandse eilanden
    • Zuid-Hollandse vasteland
    • Zuid-Kennemerland
      • Amsterdamse Waterleidingduinen
      • Nationaal Park Zuid-Kennemerland
      • Kennemerstrand
    • Noord-Kennemerland
      • Wijk aan Zee
      • Noordhollands Duinreservaat
      • Bergen
      • Schoorlse Duinen
    • Noordkop
      • Camperduin-Petten
      • Zwanenwater
      • Zijpe- en Hazepolder
      • Callantsoog
      • Noordduinen
      • Den Helder
    • Texel
      • Zuidpunt van Texel
      • Duinen bij Den Hoorn
      • Duinen bij De Koog
      • Ten noorden van De Koog
    • Vlieland
    • Terschelling
    • Ameland
    • Schiermonnikoog
    • Rottumerplaat / Rottumeroog
  • Landschapselementen
    • Eendenkooien
    • Landgoederen
    • Wegen en paden
    • Kanalen
    • Stuifdijken
    • Agrarisch
    • Militair
    • Heemtuinen
    • Recreatief
  • Portretten
  • Onderzoek
  • Hotspots
  • Programma
rss

Artikel

17
DEC
2025

Goed fout in de Westduinen (Goeree) incl. reacties

GoereeUitgelicht
Tags : column, nieuws, Westduinen
Posted By : Redacteur
Comments : 7

Rolf Roos

  • Oorspronkelijke publicatiedatum: 8 oktober 2025; laatste update incl. wetenschappelijke onderbouwingen 22 december 2025, inclusief  bronnen, samenvatting en naschrift. Reacties staan onder dit bericht.
  • Media-aandacht: door deze blog verscheen o.a. een stuk in het AD en in weekblad Groot Goeree-Overflakkee: Uniek oud duinlandschap ruw op de schop. Zie ook het tijdschrift Sterna, december 2025, pag. 30 en 31.

Samenvatting

Najaar 2025 onderging een groot deel (12 ha) van de Westduinen  (uit ca 800 nChr, een langdurig beweid duinlandschap) op Goeree een ‘herstelplan voor kwetsbare natuur’. Althans, zo noemt het persbericht van terreinbeheerder en initiatiefnemer Zuid-Hollands Landschap het. Daarin is te lezen dat achteruitgang wordt bestreden met graaf- en ploegwerk, ook streeft men naar ‘meer dynamiek’. Kloppen de argumenten en de plannen? Wordt hier inderdaad iets hersteld of is er juist sprake van vernietiging van habitats in de Westduinen? Zie dit stuk als een aanmoediging voor natuurbeheerders: verzamel vooraf alle beschikbare kennis en evalueer het beheer (inclusief vroegere ingrepen). Publiceer onderzoeksresultaten en afwegingen: openbaar, begrijpelijk en vooral ook compleet. En heb respect voor het bestaande langzaam gegroeide landschap want graafwerk is vaak een te ruw instrument. Mocht u als beheerder kritische vragen ‘van buiten’ lastig vinden in plaats van ze te verwelkomen: heroverweeg  of u de juiste baan heeft.

———————————————————————————————————————————————————————————————————-

Kaart van de Westduinen van Kouter uit 1610, gekanteld naar noord-zuid. Een aantal nog steeds bekende plekken en dijken (wegen) zijn aangegeven. Tot 2025 (meer dan 400 jaar)  bleef de structuur vrijwel onaangetast m.u.v. een zendstation, wegaanleg en een vliegstrip. Klik op kaart voor vergroting (Nationaal Archief).

Inleiding

De Westduinen (ca. 160 ha) is een van de oudste duingebieden in Nederland en is onderdeel van Natura 2000 gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek. Het terrein is belangrijk voor habitats als zure droge duingraslanden, vochtige heischrale duingraslanden en zure duinvalleien. D.w.z. deels van nature al zure leefgebieden voor bijzondere soorten en niet te vergelijken met bv. de  kalkrijke duinen bij Den Haag of Haarlem.

(Red.: dit is een doorgroeiend opiniestuk en net als elk ander stuk op deze site is het voor rekening van de auteur. Wij geven altijd ruimte aan wederhoor. Heeft u een korte beargumenteerde reactie, dan kan dit onderaan dit bericht. Heeft u een heel ander of aanvullend verhaal? Stuur het in als artikel; graag inclusief foto’s). Zo ontvingen we 9 oktober 2025 overzichtgegevens van Dick Kerkhof. Zie zijn artikel over de vegetatie 1979 -2024. aangevuld met prachtige mossenfoto’s van Ron Poot. Ook kwamen we dankzij Pieter Slim een belangrijk stuk over paddenstoelen van Eef Arnolds tegen dat we hebben verwerkt, inclusief aanvullingen van Leo Jalink (zie ook zijn reactie onder dit bericht). De vragen die we zelf gesteld hebben aan ZHL staan hier. Ten dele kregen we antwoord en dat is in de laatste versie van dit artikel verwerkt. Grote openstaande zaken zijn nog: het waarom (was er hier achteruitgang?) en een wetenschappelijk onderbouwde motivering van gebruikte technieken (frezen en afgraven); en waar zijn de beschrijvingen van de resultaten van eerdere ingrepen van ZHL in dit gebied o.a. 2013)? Waren die succesvol?)

De Westduinen rond 1900

Gaat de natuur hier achteruit?

Een klein deel van genoemd herstelwerk in de Westduinen dat in september 2025 werd uitgevoerd kunnen we goed billijken vanwege sanering van oude kabels en masten van het zendstation dat deze duinen al decennia ontsiert. Maar is hier terreinbreed sprake van achteruitgang en zo ja, waarvan? Uit onderzoek uit 2016 van Bureau van der Goes en Groot bleek dat hier maar liefst 27 plantensoorten van Rode Lijst voorkomen, waaronder veldgentiaan, harlekijn en herfstschroeforchis die het gebied een wijd verspreide faam geven. Net als de vorm van dit landschap: een eeuwenoude, steeds beweide ‘hobbelwei’ van oude, deels ontkalkte duinen. Een morfologie die voortvloeit uit eeuwenlange beweiding en ongestoordheid. In hetzelfde rapport uit 2016 staat klip en klaar dat er eerder sprake is van vooruitgang dan achteruitgang. En er staan ook niet onbelangrijke opmerkingen over de beweiding (het belangrijkste instrument voor de terreinbeheerder), namelijk dat schapenbegrazing slecht kan uitpakken en koeien selectief moeten worden uitgerasterd. Uit 2016 stamt ook het advies om de poelen uit te baggeren. Dat is natuurlijk prima.

Herfstschroeforchis: bloeit rond 1 september

Maar is er recente documentatie over achteruitgang? En is het beheer de laatste twintig jaar goed geëvalueerd?  De beheerder publiceert dit niet. In 2023 bericht onderzoeker Joop Mourik dat de populatie van ernstig bedreigde herfstschroeforchis die hij 25 jaar lang samen met Maarten Bongertman onderzocht, ‘vitaal’ is. Bij veldgentiaan laten de gegevens op waarneming.nl zien dat deze bedreigde soort van oude valleibodems van jaar tot jaar sterk wisselt, een en ander afhankelijk van de jaarlijkse (zomer)neerslag. In 2021 en 2023 waren er meer dan duizend exemplaren terwijl in het gortdroge 2025 slechts een enkel plantje zich laat zien. Topjaren afgewisseld met lage aantallen, is dit niet de gewone gang van zaken in deze natuur? Geen duidelijke achteruitgang derhalve. Zie de tabel. Alleen bij de harlekijn zijn de aantallen recent lager, maar daar zou de beheerder ook naar de begrazing met schapen mogen kijken.

Wasplaat naast brede gentiaan.

De flora is gewoon nog rijk en al hoorden we dat paddenstoelen van zgn. wasplatengraslanden deels zouden zijn achteruitgegaan.  Gedocumenteerd is alleen een verhaal van Eef Arnolds uit 2015 in het vakblad Stratiotes waar hij wijst op het buitengewone belang van de Westduinen (een van de twee beste terreinen in ons land) en het noodzaak dat de bodem ongestoord blijft. Paddenstoelenkenner Leo Jalink maakt in een reactie op deze blog (zie onderaan dit bericht) de nuancering dat de verruigde duintjes met schapenbeweiding ten noorden van de Klarenbeekweg achteruit zijn gegaan en dat in het zuiden aanvullend maaiwerk en soms plagwerk in de valleien veel goeds zou kunnen brengen voor bijzondere wasplaten. Maatwerk derhalve. Daar over lezen we bij het Zuid-Hollands Landschap echter niets. Laat staan over de insecten- en bodemfauna in dit soort oude landschappen. Wat weten we hiervan?  Zonder nauwkeurig vooronderzoek is graven en afvoeren van oude bodems kinderen met het badwater weggooien.

Harlekijn: bloeit rond 1 mei

In het online persbericht van het Zuid-Hollands Landschap geen verwijzing naar meer informatie, onderzoek of een voorlichter. Dus we vroegen informatie op en stuurden aanvullende vragen in, maar kregen pas na weken een inhoudelijke reactie. De opzichter bleek tijdens uitvoering van de werkzaamheden eind september op vakantie en liet het toezicht aan een ingehuurde, externe, ecoloog. We gingen kijken en de werkzaamheden, waarvan ook vele omwonenden flink schrokken, hadden al geleid tot afvoer van complete duinbodems het gebied uit. Vegetaties waarvan we weten dat ze tot bijzondere ‘grijze’ duinen horen met buntgras, zandblauwtje en korstmossen werden geploegd of geëgd. Al in de 17e eeuw ‘molde’ men stranden en duinen met paarden en ploegen om ze weer te laten verstuiven richting een stuifdijk, nu ging het met tractoren die bodemverdichting, bandensporen en soms zandwegen achterlieten.  Vele bodems waren bovendien niet netjes afgeplagd of geschaafd maar verrommeld. Overal liggen brokken oude humusrijkere bodems. Omdat zo ook de vorm van het oude landschap wordt aangetast, roept dit vragen op.  Waren aardkundige en archeologische waarden wel vooraf onderzocht en gewogen?  Hierover is in bescheiden mate gepubliceerd. Zie ook een bespreking van de eerste kaart van Kouter van dit gebied uit 1610. En heeft men het plan in een zo belangrijk gebied voorgelegd aan een landelijke deskundigen zoals het OBN deskundigenteam duinen? Het schijnt van wel maar wat is hierover gemeld?

Kadertekst: Leidt het omwoelen van de bodem tot herstel van duinhabitats?

Van de maatregelen die Zuid-Hollands Landschap heeft uitgevoerd, is onduidelijk hoe die kunnen bijdragen aan behoud of herstel van habitats als ‘Grijze duinen’ en ‘Vochtige duinvalleien’. De belangrijkste maatregel betreft het ‘griezelen’, dat wil zeggen het omwoelen van de bodem waarbij de humushoudende laag wordt verbrokkeld en gemengd met humusarm zand. In de wetenschappelijke onderbouwde herstelstrategieën die in Nederland worden toegepast voor het uitwerken van herstelpannen voor Natura 2000 gebieden, wordt deze maatregel niet genoemd (zie de bronnen onderaan). Het omwoelen van de bodem is geen bewezen effectieve maatregel en geldt ook niet als hypothetische maatregel die mogelijk een positief effect zou kunnen hebben op deze habitattypen.

In de Nederlandse vakliteratuur wordt het omwoelen of ploegen van de bodems ook niet genoemd als herstelmaatregel voor duinhabitats. Evenmin is dat het geval in de internationale wetenschappelijke duinliteratuur. Als daar al melding wordt gemaakt van ploegen dan is dat in relatie tot het ontginnen van duinen voor agrarisch of recreatief gebruik (dus het vernietigen van duinhabitats). Bovendien wordt bij deze maategel gemeld dat die ruderale plantensoorten bevordert. Ook leidt het omwoelen van de bodem tot een sterke afname van bijvoorbeeld mycorrhiza ’s die in duinecosystemen een belangrijke rol spelen in het bodemleven. Het omwoelen van duingrasland wordt ook niet genoemd als geschikte maatregel om eolische dynamiek (verstuiving) te bevorderen. De aanwezigheid van humus en plantenresten in vegetatieloze bodems heeft een remmende werking op verstuiving van zand. Als in de Westduinen het bevorderen van verstuiving de bedoeling was, dan is het omwoelen van stroken duingrasland dus een slechte keus.

Opvallend is dat in de onderbouwende studie ter beoordeling van de maatregelen op ecologische effecten, geen enkele literatuurverwijzing is opgenomen die verwijzen naar kennis over effectief ecologisch herstel. Sterker nog, in dit rapport komt geen enkele literatuurverwijzing voor.

Wat wel (bijna) goed ging: poelen

Opgebaggerde plastic resten verdienen verwijdering voor er vee in de buurt komt. Ook de bagger hoort hier niet. Reactie ZHL dd 7 november 2025: “Verwerken van de bagger op de kant had inderdaad anders gemoeten en dat proberen we te herstellen.”

Poelen, ook koeienpitten genoemd, zijn in dit gebied historisch van belang, hebben soms als oorsprong een laat 16e-eeuwse dijkdoorbraak (zie de kaart van Kouter uit 1610), en periodiek uitdiepen van de veedrenkplaatsen is logisch. Helaas werd bij veel poelen de bagger niet afgevoerd, maar op de oever gezet, wat lokale voedselverrijking met brandnetels en ruigtekruiden tot gevolg zal hebben. Bij minstens twee poelen konden we constateren dat een oude vindplaats van de zeer zeldzame draadklaver (een van die 27 Rode Lijstsoorten) is aangeplempd en dat bovendien op een andere plek bijzondere biezen zijn weggegraven. De dienstdoende boswachter wist mogelijk niet wat er stond of stond er niet naast toen er gedregd werd. En waarom is de bagger niet afgevoerd nu ze toch met groot materieel waren uitgerukt? En waarom zijn bij diverse poelen ruige hoekjes met pitrus en bramen toch blijven staan?

Waar we ons hart bij vasthouden (hellingen en valleien)

Grof goudkorrelmos. Een zeldzame soort van de vochtige valleitjes werd gevonden door Dick Kerkhof. Foto Ron Poot

In een vallei die al jaren met schraal gras en biezenknoppen is dichtgegroeid is best wat voor plaggen te zeggen, maar is de waterhuishouding en de waterkwaliteit in dit geval wel zo goed dat het straks beter wordt? Is er straks het benodigde uitgekiende beheer (seizoensbeweiding met vee)? Anders is al dit werk vergeefse moeite. Zuid-Hollands Landschap maakt dat niet duidelijk.

Per af te graven vallei of te ‘mollen’ duinhelling hoort bovendien bekend te zijn wat er al stond en wat er dus als biodiversiteit wordt afgevoerd (of omgeploegd) in de hoop iets mooiers te krijgen. Ook bij afschaven van de bodem is toezicht vereist, dat moet heel rustig en voorzichtig. Als men wat men nu gedaan heeft in een enkel valleitje had uitgeprobeerd, dan was dit best te begrijpen. Een experiment, mits goed onderzocht, is te overwegen. Nu is er sprake van lokale kaalslag en van goede nazorg plus onderzoek (dat men publiceert) lijkt geen sprake. En als je niet weet wat er stond is het cynische adagium: ‘na kaalslag altijd succes!.’Wat waren de resultaten van eerder plagwerk in 2012?

Zoals o.a. op deze site eerder is besproken is twijfel bij natuurherstelplannen heel gezond. Een ander plan om veldgentiaan te redden (op Voorne) lijkt gestrand door gebrek aan de vereiste nazorg door de terreinbeheerder. Hoe het wel kan? Dat is nauwkeurig beschreven voor de Middel- en Oostduinen, een duingebied vlakbij de Westduinen. Dat verhaal is terug te vinden in ‘Het vroon ontrafeld’, het boek van Marten Annema e.a. (2020). Het kan niet anders dan in de kast staan bij het Zuid-Hollands Landschap. En voor wie geen boeken leest: delen staan online. Daarnaast bestaat er  een voorstudies in opdracht  van ZHL en Provincie door Kiwa Water Research (KWR) over dit gebied die veel voorzichtiger en kleinschaliger aanpak hebben bepleit. Helaas niet online beschikbaar.

In 2022 ging het Zuid-Hollands Landschap zonder goed vooronderzoek en goede verantwoording ruw aan de slag in de duinen van Voorne. Het leervermogen van deze natuurorganisatie is lager dan we hoopten. Het is verdrietig om te zien dat organisaties die echt een goed doel hebben aan het modderen slaan. Waar ligt dit aan?

Kadertekst Eolische dynamiek in de Westduinen

Op de webpagina van Zuid-Hollands landschap over de recente maatregelen in de Westduinen wordt gemeld dat ”In een duinlandschap is dynamiek ontzettend belangrijk. Vochtige duinvalleien, stuivende duinen en geleidelijk overgangen zorgen voor veel afwisseling. De afgelopen decennia is deze dynamiek in de Westduinen langzaam maar zeker weggevallen.”

Deze uitspraak past niet goed in de landschapsecologische context en historische ontwikkeling van de Westduinen. De Westduinen zijn al heel lang een stabiel duingebied. Het is zeer de vraag of het afgelopen eeuwen veel dynamiek heeft gehad. Een luchtfoto uit de jaren 70 van de 20e eeuw (aanwezig bij Zuid-Hollands Landschap) laat zien dat er toen weinig eolische dynamiek optrad. Bodemonderzoek in 2013 wees uit dat er weinig overstoven humusprofielen voorkomen. Dat is een belangrijke indicatie dat het duin hier in de afgelopen eeuwen weinig is verstoven. De algemene aanname dat kustduinen per definitie eolische dynamiek hebben is ook niet valide. Uiteraard zijn ze ontstaan onder invloed van uiteenlopende vormen van verstuiving. Allerlei duingebieden hadden of hebben nog steeds zandverstuiving, maar er zijn er ook die niet meer verstuiven en in een eolisch stabiele fase van hun ontwikkeling zijn beland. Een belangrijk en ook waardevol aspect van de Westduinen is dat hier zeer oude bodems (mogelijk meerdere eeuwen) voorkomen. In duinsystemen zijn niet alleen jonge pionierstadia als gevolg van verstuiving van belang voor de biodiversiteit. Oude stadia met stabiele bodems zijn dat evengoed. Zo is een rijke flora van Wasplaten vaak gebonden aan oude bodems die rijk zijn aan organische stof.

Bovendien zijn de Westduinen ontstaan in de vroege Middeleeuwen (tussen 600 en 1100 na Chr.) en het gebied is daarmee een van de oudste duingebieden in Nederland. Dit is een belangrijke reden om hier terughoudend te zijn met ingrepen in de bodem. Verder heeft het inzetten op verstuiving weinig perspectief als het gaat om habitatherstel, omdat het grootste deel van de Westduinen diep ontkalkt is. De bodem kan hier zo diep ontkalkt zijn dat het dieper gelegen kalkhoudende zand onder de grondwaterstand zit. In dit gebied is hooguit verstuiving door kleine stuifkuilen mogelijk en die zullen niet of weinig de dieper gelegen kalkhoudende zandlaag bereiken, en zeker niet als het kalkhoudende zand waterverzadigd is. Verstuiving van kalkhoudend zand draagt sterk bij aan de kwaliteit van duingraslanden. Bij verstuiving van alleen kalkarm zand zijn die effecten veel geringer. Verder is de kans op het stimuleren van stuifkuilen in de Westduinen klein wegens de geringe hoogte en helling van de duinen. Door deze duinmorfologie is de windsnelheid gering en dus ook de kans op het ontstaan van stuifkuilen.

Het nastreven van eolische dynamiek in een gebied dat al zeer langdurig laag dynamisch was, waar het perspectief op herverstuiving gering is en gunstige ecologische effecten beperkt zullen zijn, is daarmee een curieuze keuze als herstelstrategie.

Eerdere herstelplannen

Er is voor de Westduinen eerder, in 2013, een herstelplan opgesteld in opdracht van Zuid-Hollands Landschap en de Provincie Zuid-Holland. Dat was gericht op het verbeteren van de kwaliteit van duingraslanden en duinvalleien. Dit plan is gebaseerd op veldonderzoek aan bodem en vegetatie en bevatte een afweging over welke beschikbare maatregelen uit de herstelstrategieën voor deze habitats zinvol konden worden toegepast.

Een belangrijke overweging bij de uitwerking van dit herstelplan was dat een effectieve maatregel met de minste impact op de bodem de voorkeur had boven plaggen, mede vanwege de hoge ouderdom van de bodems in de Westduinen. Daarnaast is afgezien van het op grote schaal plaggen in de duinvalleien omdat in de meeste valleien de bodem diep is ontkalkt. Soortenrijkere vochtige duinvalleivegetatie en vochtige heischrale duingraslanden hebben een relatief hoge bodem-pH nodig. De kans dat in de diep ontkalkte duinbodems in de Westduinen na plaggen beter gebufferde omstandigheden ontstaan werd ingeschat als gering. In geplagde vochtige valleien, zo dacht men, zou daardoor weer vrij snel opnieuw een soortenarme zure duinvalleivegetatie ontstaan.
Er is met het herstelplan van 2013 vooral ingezet op het kleinschalig chopperen van verruigde duinvalleien en vergraste duingraslanden. Er is wel beperkt plaggen voorgesteld en dan juist in de duinvalleien die ondiep ontkalkt waren, zodat er een kans was op het ontstaan van relatief basenrijke, soortenrijkere vochtige duinvalleien en heischrale duingraslanden.

Het herstelplan is uitgevoerd in ca. 2013-2015 en het is onduidelijk of de effecten van de maatregelen zijn geëvalueerd. In de recente natuurdoelanalyse uit 2022 van Provincie Zuid-Holland worden geen effecten van de uitgevoerde maatregelen beschreven. Op basis van de informatie die Zuid-Hollands Landschap heeft verstrekt over de recente werkzaamheden, blijkt niet dat het herstelplan uit 2013 en een evaluatie van de herstelmaatregelen uit 2013-15 een rol hebben gespeeld bij het onderbouwen van de nu gekozen maatregelen. Onduidelijk is ook waarom het Zuid-Hollands landschap gekozen heeft voor een herstelstrategie die fundamenteel afwijkt van het herstelplan uit 2013. Een ander opmerkelijk punt is dat in de natuurdoelanalyse uit 2022 het omwoelen van de bodem niet wordt gemeld als geplande natuurherstelmaatregel voor de Westduinen. Dit gegeven heeft blijkbaar geen rol gespeeld in het verlenen van de natuurvergunning voor de maatregelen.

Conclusie

Met de bestaande kennis over herstelecologie van duinhabitats is niet te onderbouwen dat de uitgevoerde maatregelen bijdragen aan herstel van duingraslanden en vochtige duinvalleien. Dit komt omdat nog nooit aangetoond is dat het omwoelen van de bodem leidt tot het gewenste herstel. Het omwoelen van bodems op aanzienlijke schaal (ca. 12 ha) heeft juist geleid tot vernietiging van genoemde habitats. Dat betreft ca. 7 procent van de Westduinen en betekent dus significante schade aan een Natura 2000 gebied. Daarmee zijn de maatregelen in strijd met de Habitatrichtlijn. Bovendien zijn duingraslanden in Europa aangemerkt als prioritair habitat. Dat betekent dat terreineigenaren en overheden extra zorgvuldig moeten zijn. Daarmee zijn zowel de terreinbeheerder als de verlener van de natuurvergunning (Provincie Zuid-Holland gedelegeerd aan Omgevingsdienst Haaglanden) ernstig de mist in gegaan. De vergunningverlener, die de instandhouding van Natura 2000 gebieden dient te waarborgen, heeft hier geen adequate en onderbouwde afweging gemaakt. In de verleende vergunning is men er zelfs zeer stellig over dat de maatregelen bijdragen aan habitatherstel.

Bronnen

  • Bakker et al. 1979.  Duinvalleien – deelrapport Goeree
  • Ecologische autoriteit: Natura 2000 Doelenanalyse Duinen Goeree & Kwade Hoek
  • Ecologische werkprotocol voor het project in de Westduinen (2025)
  • Herstelstrategie H2130A: Grijze duinen (kalkrijk): https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2130A.pdf
  • Herstelstrategie H2130B: Grijze duinen (kalkarm): https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2130B.pdf
  • Herstelstrategie H2130C Grijze duinen (heischraal): https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2130C.pdf
  • Herstelstrategie H2190C: Vochtige duinvalleien (ontkalkt): https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Herstelstrategieen/Deel%20II-1/H2190C.pdf
  • KWR 2013: Vooronderzoek herstelmaatregelen duinhabitattypen Westduinen
  • natuurkennis.nl: Herstel grijze duinen door reactiveren kleinschalige dynamiek

<naschrift>

Ruim een maand na ons verzoek aan Het Zuid-Hollands Landschap (hierna: ZHL) voor meer onderbouwing van en informatie over het natuurherstel in de Westduinen ontvingen we als reactie op onze vragen een uitgebreide mail, wat we zeer waardeerden. Het heeft geleid tot enkele aanpassingen in ons artikel Goed Fout in de Westduinen, o.a. de grootte van het gebied dat is vergraven/geploegd (12 hectare). We zien echter ook dat ons verzoek om volledige openheid niet is gehonoreerd. Denk aan een projectplan, een kaart met vergraven en geploegde delen, de wetenschappelijke argumentatie over veronderstelde achteruitgang, een motivatie voor het ploegwerk en de omvang ervan. Dit o.a. met beroep op geheimhouding omdat het Ministerie van Defensie dat zou eisen. ZHL stuurde wel de verleende vergunning  en een stippenkaart met het voorkomen van o.a. bijzondere plantensoorten in het behandelde gebied in 2023.

Via de Omgevingsdienst Haaglanden (vergunningverlener inzake Natura2000) ontvingen we ook het onderliggende ‘Ecologisch werkprotocol definitief Westduinen Ouddorp‘ van januari 2025. Het stuk is opgesteld door ‘Adviesbureau Landschap en Onderzoek’, een eenmanszaak zonder website. ZHL is verantwoordelijk voor dit protocol. Bijgaand enige gedachten n.a.v. al deze stukken.

Stippenkaart van de flora van het Westduinen in 2023 (het noordwestelijke deel); klik op kaart voor uitvergroting; bron NDFF

Is dit een goede kaart van de natuurwaarden? Geen schade door de ingrepen?

De NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is in principe een goed uitgangspunt voor afwegingen (andere zijn: bestaand onderzoek, eigen onderzoek, vegetatiekarteringen, etc.). Helaas verschilt een stippenkaart van jaar tot jaar met minstens 50 procent want o.a. het weer is elk jaar anders en de waarnemingsintensiteit verschilt ook van jaar tot jaar. Om een goed beeld te krijgen (zonder al die jaarlijkse variatie) zou sommatie van tien jaren beter zijn, ook al omdat de topsoort herfstschroeforchis zich soms maar eens in de acht jaar laat zien (Mourik, 2023). Data op waarneming.nl laten van jaar tot jaar zelfs verschillen zien van een factor 100 (bv. veldgentiaan) (zie ook Van der  Goes en Groot, 2023). In het kaartbeeld van 2023 ontbreken daardoor enkele van de 27 eerder in de Westduinen aangetroffen Rode Lijstsoorten waaronder de overjarige hardbloem, ernstig bedreigd en samen met een locatie van herfstschroeforchis onder de voet gereden/afgeplagd bij de entree van het station.

Maar wat biedt deze incomplete kaart wel? Zonneklaar is dat zelfs bij de gegeven selectie van vindplaatsen (dus bekend uit één enkel meetjaar) er schade door de ingrepen moet hebben plaatsgevonden. ZHL ontkent dit. In de mail staat (t.a.v. de habitattypen  duinvalleien en droog duin en het voorkomen van paddestoelen): “Met name de overgangen tussen beide habitattypen bieden de beste plekken voor deze soorten. Deze plekken zijn sowieso niet aangeraakt tijdens de werkzaamheden.” In het veld blijkt echter dat vele kansrijke overgangen zijn beschadigd of vergraven.

De kaart met werkzaamheden hieronder heeft in de ondergrond slechts drie belangrijke soorten (data van een enkel jaar, mogelijk 2022?). Uit het werkprotocol is wel duidelijk dat men naar meerdere soorten/soortgroepen gekeken heeft, maar alleen al dit beeld maakt duidelijk dat schade onvermijdelijk zou zijn. Een vergunningsaanvraag had moeten worden heroverwogen.

Noordwestelijke deel van de Westduinen: kaart met werkzaamheden (bruin en blauw) en transportbanen (rood) uit het ‘Ecologisch werkprotocol’. De werkzaamheden staan geprojecteerd op een kaartondergrond met drie soorten (data 2022?): harlekijn, herfstschroeforchis en veldgentiaan.

Ontoereikende data, meer onderzoek vooraf was nodig en budget was er ruim voldoende

Een analyse van de zeer hoge waarden van paddenstoelen in de Westduinen is vanwege te weinig gegevens in de databank NDFF door ZHL niet gedaan. Maar die gegevens zijn helemaal niet beperkt (zie Arnolds, 2015) plus je kunt ook verder kijken dan de NDFF. Bij de Nederlandse Mycologische Vereniging en enkele experts die het terrein eerder (met ZHL-vergunning) onderzochten, is er een schat aan informatie. Deze lacune, het missen van relevante bronnen en ook het gebrek aan openbare informatie over avifauna en entomofauna hadden relatief eenvoudig in de voorbereiding (deels met extra veldonderzoek) kunnen worden meegenomen. Ook teruglegging van een concept-plan bij het landelijke OBN Kennisteam Duinen was een mogelijkheid geweest. Zo’n betere wetenschappelijke onderbouwing had een fractie gekost van het zeer hoge bedrag dat met dit project gemoeid blijkt (bijna 900.000 euro).

En niet onbelangrijk is opgedane ervaring in eigen terrein: “In 2014 en 2015 een oppervlakte van 0,9 ha geplagd en afgevoerd binnen de habitattypen H2130 Grijze duinen en H2190 Vochtige duinvalleien. De voedselrijke toplaag werd verwijderd om de successie terug te zetten en de ontwikkelen van kwalificerende vegetaties te bevorderen.“ (uit: Ontwerpbeheerplan Natura 2000-gebied Duinen Goeree & Kwade Hoek, 2025). Men is nu tien jaar verder. Waar staan hiervan de resultaten beschreven? Dat zou de discussie vooruit helpen.

Oppervlakte bewerkt terrein

Hoe groot was het werk nu eigenlijk? Omdat ons geen kaartbeelden van de te saneren plekken zijn toegestuurd, schatten we nu zelf dat de locaties van de op te ruimen zendmasten (de voetstukken) en het ruimtebeslag van de kabels niet groter dan 0,5-1 hectare kan zijn geweest. Maar ZHL heeft ingegrepen in een gebied dat meer dan 20 keer zo groot is, deels ook ook buiten het zendstationgebied. Saneren was hier (geschat 0,5 à 1 ha) volledig gerechtvaardigd en dat geeft altijd schade. Om dit saneren evenwel natuurherstel te noemen, moet men met betere argumenten en solide voorlichting komen (en fair durven zeggen wat men ook vernietigt of niet heeft onderzocht). Uit de reactie van ZHL is ons tot nu toe niet duidelijk of enkele door ons aangereikte studies (zie o.a. KWR 2013) bij ZHL bekend waren en zijn verwerkt in de afweging. Omdat bronnen nu buiten beeld blijven en onafhankelijke toetsing daardoor niet mogelijk is, resteert een kater die ZHL zichzelf en de natuur had kunnen besparen, ook door zich te oriënteren op eerder (2023, 2025) door ons geformuleerde kritiek op onzorgvuldig uitgevoerde herstelprojecten. Een dun zinnetje over dat ‘meer dynamiek’ goed zou zijn volstaat niet. Het grootschalig eggen van oude duinhellingen is zoiets als krassen met een mes in een Rembrandt.

In de verleende vergunning van ‘Omgevingsdienst Haaglanden’  (heeft men daar kennis van zaken?) wordt tenslotte gerept van 25 hectare ‘nieuwe duinnatuur’. Dat getal lijkt drijfzand. Als eerst op zo’n 10 hectare natuur wordt vernield en na jaren is dat wellicht deels terug, dan kan je dat niet met droge ogen ‘herstel’ noemen. En waar die 25 hectare vandaan komen is een raadsel.

En hoe variabel is de natuur: zie onderstaand citaat over veldgentianen van onderzoeksburo Van der Goes en Groot over 2023.

Veldgentiaan

Onze uitnodiging aan ZHL is om onder dit stuk of op hun eigen site met een reactie met volledig feitenrelaas plus openheid over de stukken te komen. We wachten dit verder af.

<einde naschrift>

Link naar meer beeld.

Verrommelde valleibodem

Gebruik van rijplaten bij entree zendstation. In de berm rechts groeide (in ieder geval tot voor kort) de ernstig bedreigde overjarige hardbloem. Die berm werd daar net na de entree ‘geplagd’.

Het mollen (eggen) van de vegetatie. Te voorspellen is de komst van de exoot bezemkruiskruid.

Gerelateerde artikelen:

  1. Duinen Texel illegaal vergraven
  2. Kustpact: naar een betere bescherming van de kust?
  3. Duinen Voorne in podcast Toekomst voor Natuur
About the Author

Social Share

    7 Comments

    1. Redacteur 30 september, 2025 at 07:30 Reply

      Frans Beekman, historisch-geograaf mailde ons: “Je wilt in feite vroegtijdige informatie en normale discussie op niveau. Dat zal lastig blijven met niet geheel ecologisch bekwame beheerders. Open communicatie lijkt mij de enige begaanbare weg. Daar wens ik je sterkte mee.’

    2. Redacteur 1 oktober, 2025 at 09:04 Reply

      Dick Kerkhof, tot 2013 ecoloog bij het Zuid-Hollands Landschap en thans nog actief als vegetatiekundige, bericht ons:
      In het zure deel van de Grote Duinen (d.w.z. de duinen ten zuiden van de Klarebeekweg) zijn veel valleitjes dichtgegroeid met pitrus, biezenknoppen, moerasstruisgras en/of bramen. Daar zou plaatselijk afplaggen wel botanische winst kunnen opleveren, vooral voor interessante soorten met een optimum in zure, vochtige tot natte valleitjes. Het gaat om kleine nazomerpioniers, zoals dwergbloem, dwergvlas, borstelbies en goudkorrelmossen, maar ook om overblijvende planten met een optimum in zilverschoongraslanden, zoals ondergedoken moerasscherm en armbloemige waterbies.

      De drogere zure delen van de Grote Duinen zagen er twee jaar geleden (2023) tijdens de PKN-excursie beter uit dan pakweg 20 jaar geleden, vond ik: duidelijk minder gras en zandzegge, meer lichenen en mossen. Verreweg de belangrijkste beheermaatregel is volgens mij zorgen voor voldoende begrazing. In het verleden liepen er runderen én paarden, die combinatie werkte heel goed. Concentraties van harlekijn, herfstschroeforchis en veldgentiaan kun je tijdelijk uitrasteren tijdens de bloei en vruchtzetting.

      De Kleine Duinen benoorden de Klarebeekweg zijn al tientallen jaren sterk vergrast, ze zijn in het verleden ook bemest geweest. Daar zou ik ook sterker willen begrazen, en dan beslist niet met schapen, maar met paarden en runderen.

    3. Redacteur 1 oktober, 2025 at 10:56 Reply

      (op verzoek geplaatst)

      Historische Vereniging De Motte zag na bestudering van bestaande gegevens dat er geen schade aan eventuele archeologische waardes is te voorzien.

    4. Joop Mourik 2 oktober, 2025 at 08:40 Reply

      Jammer dat deze beheerder z’n toevlucht zoekt in het afplaggen van de oude vegetatie, dat is toch wel de meest destructieve methode van beheer voor flora, (bodem) fauna en mycoflora. Hopelijk is de schaal niet al te groot en rijden de machines op rijplaten. Deze oude duinen zijn juist zo rijk en bijzonder omdat er langdurig niet afgeplagd of gegraven is, daar moet je geen jonge duinen van willen maken.

    5. Kees Bruin 21 oktober, 2025 at 17:24 Reply

      Hoewel ik nog wel enkele vragen heb over bovenstaand verhaal, lijkt het me sowieso wel duidelijk dat hier veel mis gegaan is.
      Ten eerste: de opzichter was op vakantie terwijl het werk werd uitgevoerd. Tenzij er een zeer goed geïnstrueerde vervanger bij het werk aanwezig is geweest, is dit al een grove fout. Zodra er grote machines van een aannemer je terrein inkomen, moet je er bovenop zitten. Anders gaan er geheid dingen mis. Die aannemers komen uit de cultuurtechnische sfeer en hebben vaak geen flauw idee hoe je in een natuurterrein te werk moet gaan. Dat vergt dus begeleiding, duidelijke instructie en dagelijkse controle door de terreinbeheerder.
      Verder vroeg ik me af, in hoeverre is er op de plekken waar ingegrepen is, waar geplagd, gegraven etc is, voorafgaand aan die ingreep onderzoek gedaan? Dit zou standaard moeten gebeuren, je moet vooraf weten WAT je precies vernietigt, want iedere ingreep met machines, hoe goed bedoeld ook, betekent per definitie dat er ook zaken verdwijnen. Dat geeft niet, zolang je maar weet wat je weghaalt, en je een redelijk onderbouwde verwachting hebt over de te behalen natuurwinst.
      Het zou interessant zijn als mensen met kennis van dit terrein eens goed zouden kijken waar precies geplagd, geploegd en gegraven is. En wat daar vóór de ingreep voor soorten groeiden. Ik neem aan, dat er vegetatiekarteringen, of beter nog, soortkarteringen beschikbaar zijn. Dan kan er dus zo gekeken worden wat er eventueel aan natuurwaarden vernietigd is.
      Mocht blijken dat er groeiplaatsen van bijzondere soorten zijn vernield, dan heeft het Zuid-Hollands Landschap het een en ander uit te leggen.
      Een persberichtje schrijven over “een herstelplan voor kwetsbare natuur” en “meer dynamiek” in het vooruitzicht stellen, kan iedereen. En een paar onwetende journalisten en het welwillende publiek slikken dit soort verhalen voor zoete koek.
      Maar een natuurgebied werkelijk goed beheren, wéten wat er in je terrein te koop is, hoe je de natuurwaarden zo goed mogelijk kunt behouden en vergroten, is nog wel even iets anders.
      Heel veel van wat er in een natuurgebied aan waarden aanwezig is staat of valt met een goed terreinbeheer. En een goed beheer kan alleen plaats vinden als er ter plaatse goede beheerders aanwezig zijn, die het terrein werkelijk kennen, en weten hoe het beheerd moet worden, en de zaak in de gaten houden.
      Helaas is dat laatste niet overal het geval, zoals regelmatig blijkt.

    6. Leo Jalink 27 oktober, 2025 at 13:13 Reply

      Ik kan niet oordelen over de uitgevoerde maatregelen, want ik ben er niet geweest. Wel kan ik bevestigen dat met name ten noorden van de Klarenbeekweg een zeer sterke achteruitgang van de paddenstoelen van wasplaatgraslanden heeft plaats gevonden. Alle bijzondere paddenstoelensoorten zijn daar verdwenen. Dat gebied is sterk vergrast en in sommige jaren stonden er disastreus veel schapen in het gebied en vrijwel uitsluitend vrij algemene mestpaddenstoelen.
      In het deel ten zuiden van de Klarenbeekweg is het genuanceerder. Lokaal is er sprake van achteruitgang van graslandpaddenstoelen, maar er zijn ook nog goede stukken. De vochtige laagten met kruipwilg zijn allemaal sterk verruigd door het ontbreken van maaibeheer en daardoor zijn kruipwilg en de bijhorende bijzondere paddenstoelen vrijwel verdwenen. Ik heb al een paar keer aan ZHL voorgesteld om die laagten te gaan maaien of zelfs heel ondiep te plaggen.

    7. Stichting ter behoud van het Schoorlse-en Noord-Kennemerduingebied 18 december, 2025 at 15:46 Reply

      Kees Bruin schrijft: “Een persberichtje schrijven over “een herstelplan voor kwetsbare natuur” en “meer dynamiek” in het vooruitzicht stellen, kan iedereen. En een paar onwetende journalisten en het welwillende publiek slikken dit soort verhalen voor zoete koek.” En dat is precies wat er in het Schoorlse duingebied ook gebeurt. Ook hier moet er worden gegraven en wil men over op schapen. Ook hier is er geen nulmeting. Op wat details na kan het gewoon over ons gebied gaan. Provincie Noord-Holland negeert onze analyses die we van hun onderbouwingen hebben gemaakt evenals de rapporten van onze deskundigen. Ze willen de discussie niet in om niet in een welles nietes situatie te komen. Onze dennenorchis zal zo goed als verdwijnen, veel soorten paddenstoelen en de nachtzwaluw die aan de randen van de dennenbossen als decennia haar nesten heeft. Om over de andere soorten maar te zwijgen. Gebeurt in het hele land. Men negeert het cumulatieve effect van alle maatregelen die in heel Nederland uit naam van N2000 ten onrechte gebeuren.

      Joke Volkers-Vos, voorzitter

    Leave a Reply Reactie annuleren

    *
    *

    Doorzoek alle artikelen

    Dossiers

    Landgoederen
    Dijk of duin
    Kwade Hoek, Goeree
    Westduinen, Goeree
    Bokkepolder, Goeree
    Natuurerf
    Zeer natte duinen
    Dennenkap
    Duinschilderijen
    Veldnamen
    Website Natuurmonument de Beer
    hotspots duinen wandeling Bezoek hotspots bloeiende duinen

    Duinen en mensen: boeken & website

    Het project 'Duinen en mensen' omvat een serie boeken + website over de Nederlandse kust. Cultuur en natuur van het kustlandschap worden gelijkwaardig en veelzijdig beschreven. Met honderden nieuwe kaarten en de laatste stand van wetenschap. Kennemerland (2009), Noordkop en Zwanenwater (2011) en Texel (2013). In 2023 verscheen Duinen en mensen Voorne. Meer over het tot stand komen van deze boeken. De website is continu in ontwikkeling en omvat ca 1000 berichten, boeken, films die gerelateerd zijn aan de boeken of de daarin behandelde onderwerpen. De website is een openbaar archief. Mocht u menen rechten te kunnen ontlenen aan gebruikte tekst of beeld, laat het weten dan zoeken we een oplossing. Deze website wordt draaiende gehouden door een vrijwillige redactie. Nog wel beschikbare titels (o.a. Voorne, Texel) zijn elders te bestellen.

    Maandelijks archief van berichten

    Digitale documentatie duinen Voorne

    Deze site van het streekarchief is onderdeel van Kenniscentrum Duinen

    Deze site is tot stand gekomen met steun van het Cultuurfonds en ondergebracht bij het Streekarchief Voorne-Putten

    Redactie: Rolf Roos & Nico van der Wel, m.m.v. Henk Terhell, Machiel van Wijngaarden, Danny Zuurbier, Bob Benschop (eindredactie)
    Ontwerp en ontwikkeling: toomanywords.nl